Groot deel van de organisaties schat huidige positie minder aantrekkelijk in dan de markt

We zien dat veel organisaties een sterke groei verwachten. Met name het aantal organisaties dat ervan uitgaat dat de omzet met meer dan 10% stijgt, is dit jaar veel groter dan andere jaren. Ondanks alle geopolitieke spanningen en stagnaties in de supply chain is er dus volop optimisme.

90% van alle deelnemende organisaties verwacht groei. Daarbij profiteren ze met name van de groei met de markt en het verhogen van dienstverlening bij bestaande klanten. De organisaties houden het dus bij het bestaande en zijn minder geneigd om nieuwe wegen in te slaan.

In het onderzoek is gevraagd naar de aantrekkelijkheid van de markt waarin de organisatie opereert en naar hun eigen positie daarin. We zien dat veel organisaties aangeven dat zij onder de markt presteren.

Dit is met name het geval in de Industrie, Zakelijke dienstverlening, Utilities en Zorg & Life sciences, sectoren die qua marktaantrekkelijkheid het hoogst scoren. In deze sectoren is het lastiger om de markt te verslaan.

Berenschot Strategietrends

In totaal hebben dit jaar 541 respondenten deelgenomen aan het Strategie Trendsonderzoek. Deelnemers zijn afkomstig uit de top van het Nederlandse bedrijfsleven en uit semipublieke, onderwijs- en zorgorganisaties. De organisaties van de deelnemers vertegenwoordigen circa 800.000 werknemers oftewel ongeveer 12% van het totaal aantal banen in ons land.

Bedrijven van verschillende grootteklassen namen deel uit het onderzoek, afkomstig uit twaalf sectoren: Transport & Logistiek, Industrie, Zakelijke dienstverlening, Media & ICT, Zorg & Life sciences, Onderwijs & Research, Overheid, publieke organisaties & openbaar bestuur, stichtingen, NGO’s & belangenorganisaties, Agri & Food, Bouw & Woningcorporaties, Energie, Telecom & Utilities, Financiële dienstverlening en Handel & Retail.

U kunt het Berenschot Strategie Trends downloaden.

Fieke de Haan: Duurzaamheid gedefinieerd vanuit klantperspectief

De klant staat centraal Vanderlande is een klantgedreven organisatie. De klant staat centraal in alle
facetten van het bedrijf, ook wat betreft duurzaamheid. “Naast de erkende wereldwijde noodzaak en de wens van medewerkers, spelen de wensen van de klant een belangrijke rol bij de invulling van de duurzaamheidsstrategie.
De definitiebepaling van duurzaamheid bij onze klanten is dan ook leidend voor de invulling van het thema duurzaamheid door Vanderlande”, stelt Fieke de Haan, Global Sustainability Officer.

Vier centrale thema’s

De duurzaamheidsstrategie van Vanderlande is gebaseerd op vier centrale thema’s, te weten klimaatverandering, beperkte beschikbaarheid van grondstoffen, maatschappelijk verantwoord ondernemen en een gezonde en eerlijke samenleving. “We stellen de mens centraal: we zorgen voor veilige werkplekken waar medewerkers zichzelf kunnen zijn en zich kunnen ontplooien. Vanuit deze thema’s heeft Vanderlande ambities geformuleerd die richting geven aan de activiteiten van het bedrijf: zero carbon footprint, circular economy, doing good business en fulfilling experience.”

“Deze ambities zijn geplot naar verschillende scopes: de interne organisatie (hoe kunnen we intern duurzaamheid naar een hoger niveau tillen), de verhouding met onze leveranciers (welke voorwaarden hanteren we), de relatie met onze klanten (waaronder het verduurzamen van de oplossingen die wij onze klanten bieden: energie-efficiënter, minder gebruik van grondstoffen en verhogen van de gebruiksvriendelijkheid) en de rest van de samenleving (waaronder het nemen van onze verantwoordelijkheid om kennis te delen en actief samenwerkingen op te zoeken). Bij het bepalen van de focus draait het om de balans tussen waar de meeste impact te maken is en waar de grootste beweging zit.”

Drie werkstromen om ambities te verwezenlijken
Om de ambities te realiseren, zet Vanderlande in op drie werkstromen.

Ten eerste top-down. Hierbij worden doelstellingen en routekaarten opgesteld samen met de betreffende eigenaren van het onderwerp in de organisatie. “Het streven is om duurzaamheid zo veel mogelijk in de lijnorganisatie te beleggen. Duurzaamheid is een zaak van iedereen en we streven ernaar iedereen in de organisatie een actieve rol te laten spelen”, zegt De Haan.

De tweede werkstroom is bottom-up. “Er is al veel kennis in de organisatie aanwezig en die gebruiken we om snel best practices op te schalen”.

De derde werkstroom werkt beide kanten op. “Zo zijn we continu in gesprek met onze klanten over hun eisen en wensen met betrekking tot duurzame oplossingen. We gaan op zoek naar overlap in duurzaamheidsambities en hoe we elkaar onderling kunnen versterken. Bijvoorbeeld in gezamenlijke pilots op het gebied van remanufacturing, life cycle assessment en zero waste. Allemaal op zichzelf staande initiatieven die we uiteindelijk gaan bundelen.”

Uitdagingen op meerdere vlakken
Duurzaamheid is een complex thema en het realiseren van ambities is niet eenvoudig. “Op dit moment is er geen eenduidige, overkoepelende methodiek, waardoor het lastig is iedereen op dezelfde lijn te krijgen. Duurzaamheidsambities vragen om aanpassingen in de manier van werken en soms ook van het businessmodel. Hierbij houden we rekening met hoe we kennis optimaal in de organisatie kunnen laten doordringen, en welke manier van werken hiervoor het meest geschikt is.
Denk aan servitization, remanufacturing of het efficiënter gebruik maken van spare parts”, aldus De Haan.

Duurzaamheid verankeren in de organisatie

Een andere uitdaging ziet zij in het oud-economisch denken versus de nieuwe economische realiteit. “Ondanks de bereidheid en toewijding om hedendaagse uitdagingen op een passende manier te lijf te gaan, staat het oude denken soms in de weg. Duurzaamheid is een van de meest relevante thema’s van
dit moment, maar wordt vanuit een klassieke visie vaak weggezet als een lastig onderwerp. Het idee om je als bedrijf vooral te richten op verkoop en winstmaximalisatie is inmiddels achterhaald, maar werkt vaak nog door in het doen en laten van een organisatie. Het meten van duurzaamheid gebeurt vaak nog op basis van oude businesscases.”
Bovenstaande schetst een beeld van de uitdaging waar bedrijven voor staan in de nieuwe economische realiteit. “Vanderlande zet zich in om samen met leveranciers en klanten te bouwen aan een duurzame toekomst. Dit is belangrijk omdat klanten dit inmiddels van ons vragen en verwachten”, schetst De Haan.
Ondanks de uitdagingen zijn er ook successen geboekt ten aanzien van het verankeren van duurzaamheid in de organisatie. De Haan: “Binnen Vanderlande zijn op verschillende niveaus gesprekken gevoerd over onze visie op duurzaamheid. Op basis hiervan is de duurzaamheidsstrategie gedefinieerd.
De ambities binnen deze strategie zijn vertaald naar concrete doelen met KPI’s en gevalideerd in de organisatie. Hierbij was het creëren van eigenaarschap van groot belang.”

Een ander succes is gelegen in de verschillende pilots die Vanderlande uitvoert. “In plaats van te verzanden in validatieprocessen, zijn we bepaalde dingen gewoon gaan doen. De remanufacturing pilot bijvoorbeeld is klein opgezet, maar heeft wel iets groots los weten te maken. De kracht van zulke pilots komt tot uiting door ze in te richten als groeiproces. Een proces van vallen en opstaan. Het is zonde om alles tot achter de komma uit te denken en uit te rekenen; soms moet je iets gewoon gaan doen.”

“Tot slot proberen we niet alleen in de waardeketen impact te maken (samen met onze klanten en leveranciers), maar bouwen we ook samen met onze medewerkers aan een internationale gemeenschap, die volledig is gericht op kennisdeling. Ik ben ervan overtuigd dat we de grootste en snelste stappen zetten als we het samen doen. Samenwerking ligt ten grondslag aan verduurzaming”, besluit De Haan.

Berenschot Strategietrends

In totaal hebben dit jaar 541 respondenten deelgenomen aan het Strategie Trendsonderzoek. Deelnemers zijn afkomstig uit de top van het Nederlandse bedrijfsleven en uit semipublieke, onderwijs- en zorgorganisaties. De organisaties van de deelnemers vertegenwoordigen circa 800.000 werknemers oftewel ongeveer 12% van het totaal aantal banen in ons land.

Bedrijven van verschillende grootteklassen namen deel uit het onderzoek, afkomstig uit twaalf sectoren: Transport & Logistiek, Industrie, Zakelijke dienstverlening, Media & ICT, Zorg & Life sciences, Onderwijs & Research, Overheid, publieke organisaties & openbaar bestuur, stichtingen, NGO’s & belangenorganisaties, Agri & Food, Bouw & Woningcorporaties, Energie, Telecom & Utilities, Financiële dienstverlening en Handel & Retail.

U kunt het Berenschot Strategie Trends downloaden.

Er wordt meer in digitale veiligheid geïnvesteerd

Circa de helft van de deelnemende organisaties investeert in big data en data analytics. Door het combineren van klantinformatie, open data, operationele data en interne managementinformatie kunnen scherpe inzichten worden verkregen. Belangrijk is dat big data uiteindelijk ook big information wordt: de overvloed aan gegevens moet uiteindelijk ook geanalyseerd worden en gekoppeld worden aan kwalitatieve informatie.
Pas dan wordt het zinvolle managementinformatie. We zien een duidelijke stijging in aandacht voor digitale veiligheid en cybersecurity. Doordat er steeds meer informatie digitaal beschikbaar komt en organisaties en systemen ook steeds meer met elkaar verbonden (‘connected’) zijn, wordt cybersecurity steeds belangrijker.

Berenschot Strategietrends

In totaal hebben dit jaar 541 respondenten deelgenomen aan het Strategie Trendsonderzoek. Deelnemers zijn afkomstig uit de top van het Nederlandse bedrijfsleven en uit semipublieke, onderwijs- en zorgorganisaties. De organisaties van de deelnemers vertegenwoordigen circa 800.000 werknemers oftewel ongeveer 12% van het totaal aantal banen in ons land.

Bedrijven van verschillende grootteklassen namen deel uit het onderzoek, afkomstig uit twaalf sectoren: Transport & Logistiek, Industrie, Zakelijke dienstverlening, Media & ICT, Zorg & Life sciences, Onderwijs & Research, Overheid, publieke organisaties & openbaar bestuur, stichtingen, NGO’s & belangenorganisaties, Agri & Food, Bouw & Woningcorporaties, Energie, Telecom & Utilities, Financiële dienstverlening en Handel & Retail.

U kunt het Berenschot Strategie Trends downloaden.

Organisaties met een langere planningshorizon verwerven een betere marktpositie

Organisaties die langer vooruitkijken, zijn ook beter in staat om de markt te verslaan. We zien dat organisaties met een kortere planningshorizon achterblijven bij de markt. Deze organisaties zijn minder goed in staat om de markt te verslaan. Ook blijken organisaties met een qua strategie langere planningshorizon zich in aantrekkelijker markten te bevinden.
De samenhang tussen planningshorizon en marktpositie dient dus geïnterpreteerd te worden als een relatieve positie, dat wil zeggen in vergelijking met andere aanbieders in de ‘eigen’ markt. Met name in de industrie zien we voorbeelden van bedrijven die systematisch naar de lange termijn kijken. Een goed voorbeeld is ASML dat moet anticiperen en daardoor een langetermijnhorizon heeft. ASML is daardoor
in staat de markt te verslaan. De doorbraak van de door ASML ontwikkelde EUV-technologie (extreem ultraviolet) speelt de hoofdrol bij de te behalen doelstellingen. Kleinere chips, hogere productie met nog meer precisie.

Berenschot Strategietrends

In totaal hebben dit jaar 541 respondenten deelgenomen aan het Strategie Trendsonderzoek. Deelnemers zijn afkomstig uit de top van het Nederlandse bedrijfsleven en uit semipublieke, onderwijs- en zorgorganisaties. De organisaties van de deelnemers vertegenwoordigen circa 800.000 werknemers oftewel ongeveer 12% van het totaal aantal banen in ons land.

Bedrijven van verschillende grootteklassen namen deel uit het onderzoek, afkomstig uit twaalf sectoren: Transport & Logistiek, Industrie, Zakelijke dienstverlening, Media & ICT, Zorg & Life sciences, Onderwijs & Research, Overheid, publieke organisaties & openbaar bestuur, stichtingen, NGO’s & belangenorganisaties, Agri & Food, Bouw & Woningcorporaties, Energie, Telecom & Utilities, Financiële dienstverlening en Handel & Retail.

U kunt het Berenschot Strategie Trends downloaden.

Kleine organisaties hebben minder aandacht voor duurzaamheid dan grotere organisaties

Zeer grote organisaties zijn veel meer bezig met duurzaamheid dan de kleinere organisaties. Zo hebben zij bijna allemaal een duurzaamheidsstrategie en relatief vaak een langetermijnvisie op duurzaamheid. Ook zijn zij beter voorbereid op de wetgeving die op bedrijven afkomt. Tevens hebben grotere bedrijven vaker ruimte om een dedicated functie in te richten.

Duurzaamheid is een ingewikkeld thema en vraagt aandacht en expertise. Een goede ingang richting de bestuurslaag is eveneens van belang. Kleinere organisaties zijn zich vaak nog onvoldoende bewust van het belang van duurzaamheid en doen met name wat minimaal vereist is.

Berenschot Strategietrends

In totaal hebben dit jaar 541 respondenten deelgenomen aan het Strategie Trendsonderzoek. Deelnemers zijn afkomstig uit de top van het Nederlandse bedrijfsleven en uit semipublieke, onderwijs- en zorgorganisaties. De organisaties van de deelnemers vertegenwoordigen circa 800.000 werknemers oftewel ongeveer 12% van het totaal aantal banen in ons land.

Bedrijven van verschillende grootteklassen namen deel uit het onderzoek, afkomstig uit twaalf sectoren: Transport & Logistiek, Industrie, Zakelijke dienstverlening, Media & ICT, Zorg & Life sciences, Onderwijs & Research, Overheid, publieke organisaties & openbaar bestuur, stichtingen, NGO’s & belangenorganisaties, Agri & Food, Bouw & Woningcorporaties, Energie, Telecom & Utilities, Financiële dienstverlening en Handel & Retail.

U kunt het Berenschot Strategie Trends downloade

Leo van der Pol: Bouwen aan een arbeidsmarkt die werkt

Dat de arbeidsmarkt onder hoogspanning staat, is geen nieuws. Beloning, inzetbaarheid, diversiteit en inclusie zijn bijvoorbeeld stuk voor stuk hot topics, maar in de meeste bestuurskamers staat het thema krapte toch wel met stip op één. En terecht: terwijl de vraag naar personeel toeneemt, zal de beroepsbevolking de komende jaren naar verwachting juist dalen. Het gaat hier om een groot maatschappelijk vraagstuk dat organisaties niet zelf kunnen oplossen. Bij Berenschot helpen we ze door
te kijken naar wat er wél mogelijk is, om daar vervolgens mee aan de slag te gaan.

Mens volgt werk’ is een klassiek uitgangspunt bij de organisatie van werk. Ook voor mij was dit jarenlang een belangrijk vertrekpunt: je kijkt eerst naar wat er in de organisatie gedaan moet worden, daar ontwerp je functies op en vervolgens zoek je daar de juiste mensen bij. Maar in de huidige markt, met
meer vacatures dan werklozen, is deze redeneerlijn een valkuil. Nog steeds staat namelijk een grote groep mensen van meer dan 700.000 mensen – het onbenutte arbeidspotentieel – nu niet als werkloos geregistreerd, terwijl zij wel geïnteresseerd zijn om (meer) te werken. Het punt is alleen dat je die mensen
niet gaat bereiken als je blijft zoeken naar het klassieke schaap met de vijf poten. De huidige krapte op de arbeidsmarkt vraagt daarom van organisaties de flexibiliteit om het werk passend te maken voor de mensen die er wél zijn – en ik mag ze daar vaak bij helpen.

Het laaghangend fruit in deze categorie zijn wellicht de parttimers die mogelijk wel meer willen werken. In Nederland zijn dit er maar liefst 506.000. Vanuit een pilot in het basisonderwijs weten we bijvoorbeeld dat 15% van de docenten wel meer zou willen werken, zolang ze het werk maar kunnen combineren met zorgtaken thuis, en ze er interessante taken bij krijgen. Dergelijke wensen passen niet in de gedachte dat een docent van 8.30 tot 15.30 uur voor zijn of haar eigen klas staat. Maar als je als schoolbestuur en schoolleiding bereid bent om op zoek te gaan naar maatwerkoplossingen, ontstaan er opeens mogelijkheden. Dit principe geldt niet alleen voor het onderwijs en ook niet alleen voor parttimers die meer willen werken. Want ook al bestaan er voor deze arbeidsmarkt geen quick fixes meer, toch zijn er nog steeds genoeg oplossingen voorhanden zolang je maar bereid bent om creatief te kijken.

Berenschot Strategietrends

In totaal hebben dit jaar 541 respondenten deelgenomen aan het Strategie Trendsonderzoek. Deelnemers zijn afkomstig uit de top van het Nederlandse bedrijfsleven en uit semipublieke, onderwijs- en zorgorganisaties. De organisaties van de deelnemers vertegenwoordigen circa 800.000 werknemers oftewel ongeveer 12% van het totaal aantal banen in ons land.

Bedrijven van verschillende grootteklassen namen deel uit het onderzoek, afkomstig uit twaalf sectoren: Transport & Logistiek, Industrie, Zakelijke dienstverlening, Media & ICT, Zorg & Life sciences, Onderwijs & Research, Overheid, publieke organisaties & openbaar bestuur, stichtingen, NGO’s & belangenorganisaties, Agri & Food, Bouw & Woningcorporaties, Energie, Telecom & Utilities, Financiële dienstverlening en Handel & Retail.

U kunt het Berenschot Strategie Trends downloaden.

Als er geen keuzes worden gemaakt, is executie lastig

Strategisch management is het vermogen van een organisatie om instrumenteel valide keuzes te maken, gericht op het verbeteren, verduurzamen en verzilveren van haar concurrentiepositie.
Meer dan de helft van de deelnemers heeft aangegeven dat het zwaartepunt van hun strategie bij executie ligt. Maar hoe kun je een strategie uitvoeren als de keuzes nog niet helder zijn?

We zien dat bij de deelnemende organisaties de doelen helder zijn. Het doorvertalen naar kritische succesfactoren en het hebben van eenduidige prestatiemaatstaven is echter nog niet bij alle organisaties goed geregeld.

Berenschot Strategietrends

In totaal hebben dit jaar 541 respondenten deelgenomen aan het Strategie Trendsonderzoek. Deelnemers zijn afkomstig uit de top van het Nederlandse bedrijfsleven en uit semipublieke, onderwijs- en zorgorganisaties. De organisaties van de deelnemers vertegenwoordigen circa 800.000 werknemers oftewel ongeveer 12% van het totaal aantal banen in ons land.

Bedrijven van verschillende grootteklassen namen deel uit het onderzoek, afkomstig uit twaalf sectoren: Transport & Logistiek, Industrie, Zakelijke dienstverlening, Media & ICT, Zorg & Life sciences, Onderwijs & Research, Overheid, publieke organisaties & openbaar bestuur, stichtingen, NGO’s & belangenorganisaties, Agri & Food, Bouw & Woningcorporaties, Energie, Telecom & Utilities, Financiële dienstverlening en Handel & Retail.

U kunt het Berenschot Strategie Trends downloaden.

Marlon Drent: Transport & logistiek zet eerste stappen in duurzaamheid

Bij logistieke dienstverleners zien we gedrevenheid om te verduurzamen, ingegeven door toenemende regeldruk of intrinsieke motivatie. Na het doorvoeren van een duurzame bedrijfsvoering – het laaghangend fruit – blijft de vraag op welke alternatieve brandstof moet worden ingezet vaak onbeantwoord.

We zien dat transporteurs kleinschalig experimenteren met onder andere elektrisch rijden, maar er blijft een spanningsveld tussen realiteit, ambitie en kleurbekenning vanuit de politiek. Grote rederijen laten een verdeeld beeld zien en zetten in op waterstof, lng of ethanol. Voor havenbedrijven leidt dit beeld tot uitdagingen in het besluitvormingsproces inzake investeringen in de laadinfrastructuur.
De verladers hebben een belangrijke verantwoordelijkheid om CO2 vriendelijker transport in te kopen maar eisen dat niet in die mate om het een effectieve push te laten zijn voor verduurzaming van de logistieke keten.

CO2 -beprijzing zou effect kunnen hebben als push voor verduurzaming. En hetzelfde geldt voor stijging van de dieselprijzen, wat leidt tot een geringer prijsverschil met hernieuwbare brandstoffen en elektrisch vervoer.
Bedrijven met beursgenoteerde of publieke aandeelhouders lopen over het algemeen voorop in de verduurzamingsopgave. Zij investeren volop in duurzame oplossingen om emissies te verminderen. Wel blijft het met name bij investeren in de eigen bedrijfsvoering en is het afdwingen van duurzaamheid bij ketenpartners nog niet begonnen. Tot slot leiden de huidige geopolitieke ontwikkelingen en verduurzaming incidenteel tot nearsourcing en nearshoring. Dit zijn bedreigingen voor logistieke dienstverleners zoals terminal operators, transporteurs en rederijen. Zo gaat C&A de productie van spijkerbroeken van lagelonenlanden naar Duitsland halen, vanwege de hogere betrouwbaarheid, kortere levertijd en minder uitstoot door transport. Dit heeft direct impact op de logistieke dienstverleners.

Berenschot Strategietrends

In totaal hebben dit jaar 541 respondenten deelgenomen aan het Strategie Trendsonderzoek. Deelnemers zijn afkomstig uit de top van het Nederlandse bedrijfsleven en uit semipublieke, onderwijs- en zorgorganisaties. De organisaties van de deelnemers vertegenwoordigen circa 800.000 werknemers oftewel ongeveer 12% van het totaal aantal banen in ons land.

Bedrijven van verschillende grootteklassen namen deel uit het onderzoek, afkomstig uit twaalf sectoren: Transport & Logistiek, Industrie, Zakelijke dienstverlening, Media & ICT, Zorg & Life sciences, Onderwijs & Research, Overheid, publieke organisaties & openbaar bestuur, stichtingen, NGO’s & belangenorganisaties, Agri & Food, Bouw & Woningcorporaties, Energie, Telecom & Utilities, Financiële dienstverlening en Handel & Retail.

U kunt het Berenschot Strategie Trends downloaden

Grote groeiverwachtingen binnen de defensie- en veiligheidssector

Adviesbureau Berenschot heeft in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) een onderzoek uitgevoerd naar de omvang en samenstelling van de Nederlandse Defensie en Technologische en Industriële Basis. Het rapport is gepubliceerd en naar de Tweede kamer verstuurd.

In Nederland zijn circa 150.000 fte werkzaam bij 1.000 bedrijven die actief zijn in de defensie- en veiligheidssector. Dat is circa 28% van totale werkgelegenheid in de high tech systems & materials-industrie. Daarvan zijn bijna 20.000 fte’s werknemers daadwerkelijk werkzaam ten behoeve van de defensie- en veiligheidssector met een omzet van circa € 5 miljard.

Door de geopolitieke spanningen is het onderzoek actueler dan ooit. Het onderzoek is uitgevoerd in januari en februari 2022, dus nog voor de oorlog in Oekraïne. Er zijn grote groeiverwachtingen. Circa 55% van de organisaties verwacht groei, met name bij Original Equipment Manufacturers (OEM’s) en bij bedrijven in het maritieme domein.

De defensie- en veiligheidssector is over het algemeen R&D kennisintensief en exporteert veel. Tevens wordt door de bedrijven aangegeven dat de scheidslijn tussen civiel en militair steeds meer vervaagt door het gebruik van dual use-producten en IT-cyberdomein.

Het aandeel in de omzet is stabiel en vergelijkbaar met eerdere jaren. De totale omzet van de bedrijven die actief zijn binnen de defensie- en veiligheidssector stond in 2020 onder druk, met name door COVID-19. De omzet van de defensie- en veiligheidssector is stabiel en stijgt en lijkt dus ‘anticyclisch’ te zijn.

Bedrijven geven aan dat de Defensie Industrie Strategie (DIS) nog onvoldoende wordt omgezet in specifiek beleid en uitvoering met bijbehorende financiering. Er is behoefte aan stimuleringsmaatregelen voor productie innovatie ten behoeve van versterking van de NLDTIB. Door samen met de industrie en kennisinstituten te investeren in de ontwikkeling van nieuwe hoogwaardige producten en technologieën kan de overheid een belangrijke bijdrage leveren aan deze digitaliseringsslag en de concurrentiepositie in deze markten.

Het MKB is zeer kritisch over de ondersteuning van de overheid en de toegang tot projecten van defensie. Bedrijven geven aan dat minder papierwerk en een meer proactieve benadering van de overheid is gewenst. Indien versnelling in het leveren en extra uitbreidingen van materieel nodig zijn, zullen de huidige termijnen korter moeten worden.

We zien dat weinig bedrijven actief zijn in meer dan één domein. Er is nauwelijks overlap in toeleveranciers in de domeinen. Er is een kans om clusters verder te versterken binnen en tussen domeinen door samenwerking te stimuleren.

Over het onderzoek

Adviesbureau Berenschot heeft in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) een onderzoek uitgevoerd naar de omvang en samenstelling van de Nederlandse Defensie en Technologische en Industriële Basis (NLDTIB). In totaal hebben 180 bedrijven deelgenomen aan het onderzoek, en zijn er twintig gesprekken gevoerd met organisaties die werkzaam zijn voor de Nederlandse defensie- en veiligheidssector. Het onderzoek is in januari en februari 2022 uitgevoerd.

Zie ook:

NIDV

Ministerie-van-economische-zaken-en-klimaat

U kunt het volledig rapport hier downloaden

Rapport NLDTIB 2022

Marcel Slaghekke: Arbeidsmarkt wordt een werknemersmarkt

“We hebben te kampen met een arbeidsmarkt waarop de afgelopen jaren een groot tekort aan personeel
is ontstaan”, vertelt Marcel Slaghekke, ondernemer en CEO van HappyNurse, uitzend bureau voor zorgprofessionals. Hij verwacht dat dit in verband met demografische trends nog maar het begin is en dat we moeten rekenen op structurele krapte in alle sectoren: “Over een paar jaar zouden we waarschijnlijk genoegen nemen met de huidige situatie.” Vergrijzing is een Europese trend die ook in Nederland goed merkbaar is. Mede hierdoor gaan werkgevers een compleet andere tijd tegemoet. “De arbeidsmarkt wordt steeds sterker een werknemersmarkt”, volgens Slaghekke.

“Bedrijven ondervinden tegenwoordig evenveel competitie op de arbeidsmarkt als op de afzetmarkt. Er is bijna geen sector te noemen waar voldoende personeel voorhanden is. Daarom is het belangrijk om als werkgever stil te staan bij de factoren die maken dat je een aantrekkelijke werkgever gevonden wordt.
Leidinggevenden spelen een cruciale rol. Medewerkers stromen in op basis van het employer brand, maar vertrekken vaak vanwege hun manager. Als die je aan je lot overlaat, ben je snel vertrokken. Je moet niet alleen de voordeur openzetten, maar ook de achterdeur dichthouden. Door de competitie die organisaties op de arbeidsmarkt gaan ondervinden, verwacht ik dat velen van hen de komende decennia zullen sneuvelen. Dat zullen helaas eerst de kleinere, kwetsbare organisaties zijn.”

Het draait vooral om perspectief
“We komen uit een periode waarin human resources vanzelfsprekend waren. Dat is veranderd en daar moeten we mee om leren gaan, overal. Zo werd eerst gezegd: ‘We hebben te veel psychologiestudenten, ga vooral geen psychologie studeren’. Tegenwoordig komen psychologen om in het werk, zeker na de coronapandemie. Of neem de Brexit. In de UK zouden te veel banen bezet worden gehouden door buitenlandse werknemers. We zijn een tijdje verder en plots zijn ook daar mensen tekort. Kortom, krapte op de arbeidsmarkt is een Europees probleem. Werkgevers proberen hun microklimaat te managen en zijn daarin driftig op zoek naar geschikte arbeidskrachten.”
“Soms wordt echter vergeten iets verder te kijken. De horeca zou bijvoorbeeld niet enkel in de eigen sector naar ervaren personeel moeten zoeken, maar ook daarbuiten. Tijdens COVID zijn veel mensen uit de horeca vertrokken naar de GGD.
Hoe krijg je die terug? Het draait vooral om perspectief! Loon is een dissatisfier: te laag zorgt voor ontevredenheid, hoog maakt maar even blij. Het is geen lange termijnbinder. Daarvoor zoeken werknemers naar tevredenheid in de bredere zin van het woord. Duidelijkheid over wat van hen verwacht wordt, genoeg aandacht en ‘een beste vriend’ op het werk. Het is fantastisch als een werkgever of een manager dat kan bieden. Op een krappe arbeidsmarkt is dit veel meer dan een gunstige bijkomstigheid: het is een cruciale factor. De retentie van werknemers zou nog veel meer aandacht moeten krijgen.”

Kansen en oplossingen
“Ik ben een voorstander van het heroverwegen van arbeidstijdverkorting. Natuurlijk moeten mensen bij het terugdraaien daarvan wel gecompenseerd worden, maar het aanbod op de arbeidsmarkt zal erdoor groeien. Een tweede manier om met de krapte om te gaan, is zorgen dat je minder afhankelijk wordt van human resources. Dat kan en gaat gebeuren via innovatie, als de druk maar groot genoeg is. Er is echter ook nog veel onbenutte arbeidscapaciteit. Die capaciteit moet je echter wel kunnen mobiliseren. Bureaucratie en ‘pamperen’ weerhouden mensen ervan de arbeidsmarkt te betreden.”

Als voorbeeld noemt Slaghekke de steeds grotere groep asielzoekers en anderen met een afstand tot de arbeidsmarkt. “We moeten ze helpen die afstand te overbruggen, er is veel onbenut talent. De overheid moet echter wel een handje helpen.”

Flexibele contracten voeden onzekerheid
Ook op het gebied van contracten is er volgens Marcel Slaghekke een wereld te winnen, zeker in de gezondheidszorg. Het groeiend aantal flexibele arbeidscontracten is het resultaat van veranderende wet- en regelgeving en de eerdergenoemde krapte. Bij flexibele contracten ligt niet vast hoeveel uren een werknemer werkt. Zulke contracten zijn een bron van onzekerheid voor werknemers, maar in toenemende mate ook voor werkgevers. “Je wordt als werkgever gedwongen om flexibiliteit en ruimte in te bouwen, terwijl je in principe altijd werk kunt bieden. Dat is krom. Bij HappyNurse werken wij graag met vaste contracten, waarbij wij oog hebben voor de gewenste flexibiliteit van de werknemer. De vraag naar werknemers in de zorg is immers structureel groot.”

Uitzendbureaus moeten hun kerncompetentie versterken
Voor de uitzendbranche zijn er voldoende kansen op een steeds krappere arbeidsmarkt, denkt Slaghekke. Er is namelijk een gigantische vraag naar goede mensen, maar het vinden van deze mensen wordt steeds lastiger. Daar blinken uitzendbureaus in uit, maar ook zij moeten een paar tandjes bijzetten en creatiever worden. De voortdurende uitdaging voor hen is om vakbekwame mensen sneller met geavanceerde digital tools te vinden dan werkgevers kunnen. Voor uitzendbureaus zit in dit geavanceerd matchen van werkzoekenden de toegevoegde waarde voor de opdrachtgevers.
“Een hogere reactiesnelheid in ons kernproces is cruciaal, maar dat mag niet ten koste gaan van compliance met wet- en regelgeving. Maar er moet ook kritisch worden gekeken naar de rol die de wetgever speelt in het probleem bij het zoeken naar goede mensen. Een goede reputatie is essentieel. Je moet van iedere werknemer een ambassadeur van je organisatie maken hebben gemaakt bij vertrek.”

Slaghekke keert nog even terug naar het aanbod op de huidige arbeidsmarkt en stelt dat het niet eenvoudig is om dat op te rekken. Toch ziet hij nog mogelijkheden. “Het verminderen van ATV dagen, minder parttime en doorzoeken naar on- en onderbenutte capaciteit op de arbeidsmarkt, zouden we mooie stappen kunnen zetten. Meer werken zouden we ook fiscaal meer lonend in plaats van minder lonend moeten maken.”

Berenschot Strategietrends

In totaal hebben dit jaar 541 respondenten deelgenomen aan het Strategie Trendsonderzoek. Deelnemers zijn afkomstig uit de top van het Nederlandse bedrijfsleven en uit semipublieke, onderwijs- en zorgorganisaties. De organisaties van de deelnemers vertegenwoordigen circa 800.000 werknemers oftewel ongeveer 12% van het totaal aantal banen in ons land.

Bedrijven van verschillende grootteklassen namen deel uit het onderzoek, afkomstig uit twaalf sectoren: Transport & Logistiek, Industrie, Zakelijke dienstverlening, Media & ICT, Zorg & Life sciences, Onderwijs & Research, Overheid, publieke organisaties & openbaar bestuur, stichtingen, NGO’s & belangenorganisaties, Agri & Food, Bouw & Woningcorporaties, Energie, Telecom & Utilities, Financiële dienstverlening en Handel & Retail.

U kunt het Berenschot Strategie Trends downloaden.

%d bloggers liken dit: