Portugal: terug naar de schoolbanken!

De laatste tijd lijkt de wereld op zijn kop te staan. Uit alle hoeken van de wereld komt het nieuws, en het is vaak niet goed. Menselijke tragedies, de beelden staan nog scherp op eenieder’s netvlies gebrand. Het voelt dan ook een beetje onbehaaglijk om het dan over de economische kant van het verhaal te hebben. Maar goed, het speelt wel degelijk een rol. Zo kan je je voorstellen dat er grote financiële gevolgen zijn van de crisis in Japan. En wat te denken van de economische oorzaken achter de onrusten in het Midden-Oosten? Deze week een uitstapje naar drie macro-economische verhalen die het nieuws beheersen: Libië, Japan en Portugal. Drie dagen, drie posts, drie levensgrote uitdagingen.

Portugal: terug naar de schoolbanken!

En dan hebben we nog Portugal. Ook onze Mediterrane mede-Europeanen zijn volop in het nieuws. Deze crisis is wél in de basis echt financieel van aard. Het gaat niet goed met Portugal. De schulden zijn torenhoog en er is geld nodig, veel geld. De regering had hiervoor een zeer ingrijpende bezuinigingsoperatie bedacht, maar helaas ging het hier om een minderheidsregering en “dus” kwam dit er niet door. De oppositie wil juist investeren. Dus: regering gevallen, minstens twee maanden wachten tot nieuwe verkiezingen, en dat terwijl Portugal die tijd eigenlijk helemaal niet heeft. In de kantlijn spreken de Europese leiders alsmaar door over het noodfonds dat uitkomst moet bieden voor landen zoals Portugal, die in de problemen geraken en zonder vangnet mogelijk de hele Eurozone met zich mee kunnen sleuren. Maar… hebben we dit verhaaltje niet eerder gehoord? Waren niet eerder Griekenland en Ierland in exact dezelfde situatie?

Niet precies… al is er wel een belangrijke overeenkomst tussen de drie, namelijk het feit dat de staat in de problemen komt door de torenhoge schulden, de kredietwaardigheid omlaag wordt bijgesteld en er heel veel geldnodig is. Maar de oorzaken zijn zeer verschillend. Lees meer over dit bericht

Advertenties

Managers moeten meer oog hebben voor onzekerheden

Door Hendrik Jan Kaal

Voorkeur voor voorspelbaarheid

Een inventarisatie van de belangrijkste trends maakt standaard deel uit van elk strategieproces. Het gaat dan om de trends in bijvoorbeeld consumentenvoorkeuren, groei van de markt en inkoopprijzen. Men zoekt richting, houvast, in beurstermen gesproken ‘richtinggevend nieuws’. Dit appelleert aan de behoefte aan éénduidigheid van managers. De eenduidigheid die nodig lijkt om heldere keuzen te kunnen maken. Voorspelbaarheid is een groot goed.

Onzekerheden bepalend voor succes

Als diezelfde managers gevraagd wordt om een inventarisatie te maken van de factoren die van invloed zijn op het toekomstig succes van hun onderneming, blijken veel daarvan echter geen eenduidige richting te kennen, maar twee of meerdere mogelijke uitkomsten of richtingen. Met andere woorden deze zijn geen trend, maar een onzekerheid.

Even een paar voorbeelden die het onderscheid tussen trends en onzekerheden illustreren. Een tamelijk duidelijke trend is  Lees meer over dit bericht

Topmanager worstelt met strategische keuzes

Utrecht, 1 juli 2009 – Voor het topmanagement van bedrijven is het maken van wezenlijke keuzes het moeilijkste aspect van hun strategiebepaling. Dat blijkt uit een onderzoek van adviesbureau Berenschot. Het werd recent gehouden tijdens  het seminar ‘What’s on the agenda of the Dutch CEO’ op de Nyenrode Business Universiteit met Michael Porter. Van de aanwezige CEO’s en managers van gerenommeerde bedrijven gaf 55% aan in crisistijden moeite te hebben met strategiebepaling.

Lees meer over dit bericht

Weerbaarheid en Samenwerking

Weerbaarheid en Samenwerking:

Sleutelwoorden in tijden van economische crisis

Volgens minister Donner vraagt de economische situatie om een snelle en inventieve aanpak van de problematiek op de arbeidsmarkt. Het kabinet heeft hierin eind 2008 het voortouw genomen met de regeling voor de werktijdverkorting. Helaas biedt deze regeling door haar tijdelijke karakter geen adequaat antwoord op de economische neergang, nu de huidige ‘crisis’ een lange adem lijkt te hebben. Er zijn andere maatregelen nodig: toekomstbestendige maatregelen die aansluiten bij de vergrijzing en het te verwachten tekort op de arbeidsmarkt.

personeel

De financieringsmogelijkheden kort op een rijtje:

  • Fiscale tegemoetkomingen in de studiekosten en vrijstelling van belastingen van EVC-trajecten;
  • Subsidies voor leerwerktrajecten en EVC-procedures.
  • Afdrachtverminderingen op de loonbelasting;
  • Omscholingsregeling;
  • Subsidies voor het verbeteren van het praktijkleren;
  • Subsidie uit het Europees Sociaal Fonds voor scholing en reïntegratie;
  • O&O-gelden voor scholing en werkgelegenheidsinitiatieven;
  • Deeltijd WW;
  • In dienst nemen van werkzoekenden met een afstand tot de arbeidsmarkt of jongeren;
  • Subsidie voor samenwerking met andere werkgevers, het UWV en onderwijsinstellingen;
  • Subsidie uit het Europese Fonds voor Regionale Ontwikkeling;
  • Regionale en lokale subsidies voor HRM en werkgelegenheidsinitiatieven.

Lees meer over dit bericht

Zieke tijden vragen om gezonde bedrijven

Ook in de huidige crisis proberen veel ondernemingen als eerste op van alles en nog wat te besparen. Dit gaat nogal eens ten koste van een evenwichtige langetermijnstrategie, omdat overmatig bezuinigen op zaken als bijvoorbeeld innovatie en opleiding toekomstige kansen teniet doet. Uiteindelijk komt dat de gezondheid van de onderneming niet ten goede. Dit “anorexiagedrag” vormt trouwens in veel bedrijven de “natuurlijke” tegenhanger van hun “obesitasgedrag” ten tijde van hoogconjunctuur: het dwangmatig streven naar ongebreidelde (omzet)groei. Bedrijven kennen daardoor een zwalkende strategie, vergelijkbaar met boulimia. Wat is hieraan te doen?

volledige artikel

Lees meer over dit bericht

Wie gaan overleven?

Overlevers zijn bedrijven die hun organisatie op orde hebben, met een lage overhead, die beschikken over een duidelijke strategie en een aantal succesvolle productmarktcombinaties die mooi gespreid zijn over verschillende cyclische en niet-cyclische markten.

Dit zijn de karakteristieken van de ondernemingen die de komende zware tijd kunnen doorstaan. ‘Het zijn vaak de kleinere bedrijven, die beter mee kunnen ademen met de markt. Juist de grotere zie je nu in de problemen komen, die moeten mensen ontslaan.’ Wat de grote ondernemingen nu ook vaak parten speelt, is de sterke afhankelijkheid van vreemd kapitaal.

‘Nogal wat bedrijven zijn gegroeid om te groeien, zonder een goede groeistrategie. Die hebben overgenomen om over te nemen en hebben te weinig gekeken naar synergie. Die hebben er niet voor gezorgd dáárin te investeren wat de meeste toegevoegde waarde oplevert, wat zorgt voor de meest rendabele groei. Banken zijn erin meegegaan.

De rente was laag, ze zagen overal opportunities. Nu zijn banken en ook private investeerders heel voorzichtig; herfinanciering is een probleem.’

 

GEEN GARANTIE

Maar ook bedrijven die het volgens de regels der bedrijfseconomische kunst goed voor elkaar hebben, kunnen in het huidige economische weer in moeilijkheden komen. ‘Als je in sectoren als de automotive zit en veel exporteert, dan kan de vraaguitval heel snel zijn gegaan of binnenkort ineens komen. Bedrijven met een orderportefeuille van een jaar of meer hebben een goede basis. Maar daarin kunnen financieringsproblemen ontstaan, kan veel gecancelled worden en dan kunnen deze ondernemers plots met een acuut cashprobleem worden geconfronteerd.

De snelheid waarmee de huidige downturn is ontstaan en de diepte ervan, die heeft niemand kunnen zien aankomen. Hier heeft dus niemand zich goed op kunnen voorbereiden.’

Een onderzoek dat Berenschot uitvoerde naar de kenmerken van bedrijven die tijdens vorige recessies de dip goed doorstonden, geeft nu absoluut geen oplossing met een garantie, zo maakt hij duidelijk. ‘Als je in niet-cyclische sectoren zit met langetermijnrelaties en veel orders in portefeuille, zal je er het minst last van hebben. Voorts is het zaak het oog te houden op de early warning-signalen, scenario’s klaar te hebben voor als het slechter gaat. En dan op tijd saneren en dat niet met de kaasschaaf.’

Verschenen in Link, april 2009

Voor het volledige artikel:

 

link2_thema_trends1

Voorspellen blijft lastig

jsf2Laatste tijd komt het CPB regelmatig in het nieuws. CPB heeft kritiek op de berekeningen die PwC heeft uitgevoerd ten aanzien van de indirecte werkgelegenheid rond het JSF programma. Mijns inziens is dat terechte kritiek omdat de cijfers nogal geflateerd in de pers zijn gekomen.

Totaal gaat het om 50.000 banen maar dan over een periode van 50 jaar.

 

De bijna 50.000 arbeidsjaren in het rapport hebben betrekking op de gecumuleerde werkgelegenheid over de hele periode van het JSF programma, dus van 2001 tot 2052. Op basis van de gegevens in het rapport van PwC kan de werkgelegenheid door het CPB worden vertaald naar een werkgelegenheid van ongeveer 200 personen gemiddeld per jaar in de periode 2001-2015 en ongeveer 600 personen gemiddeld per jaar in de periode 2015-2052. In de eerste periode werken voornamelijk onderzoekers; in de tweede periode werkt het personeel voornamelijk aan de fysieke productie van de JSF. Aan indirecte werkgelegenheid, spin-offs en spillovers werken gemiddeld per jaar in totaal ook ongeveer 600 personen in de periode 2015-2052.

Ik had zelf ook wat berekeningen gemaakt op de achterkant van een sigarendoos en kwam een stuk lager uit.

 

Directe toeleveranciers

Derden  

Stel multiplier 1.5 en 25% uitbesteed bij Nederlandse toeleveranciers

JSF

$ 10 -12 miljard

-> Directe werkgelegenheid  450- 600 fte per jaar

$ 2-3 miljard

-> Indirecte werkgelegenheid  200-300 fte per jaar

Niet – JSF

Bij 10% multiplier: $  1 miljard

Werkgelegenheid:   45- 60 fte per jaar

$ 0,25 miljard

Werkgelegenheid: 20-30 fte

Dit sluit aan op de conclusies van het CPB. Grootste verschil zit in de aanname van de mate van uitbesteding. Alleen het CPB gaat nog een stuk verder. Ze geeft aan dat het volledig om verdringingseffect gaat. Dat lijkt mij wat overdreven want het zijn toch reële orders die binnen komen en die extra zijn. Zeker op de aantallen waar men hier over praat (totaal circa 1200 fte per jaar) mag je het zien als extra arbeid.  Als werkgelegenheidsinstrument zijn er natuurlijk wel veel kosteneffectievere methodes om 1200 banen in Nederland te behouden.

Vreemd dat CPB trouwens zo kritisch is op deze berekeningen aangezien ze zelf de kredietcrisis niet zag aankomen en met terugwerkende kracht de prognoses aanpast. Blijkbaar kunnen ze zelf ook niet zo goed voorspellen.

%d bloggers liken dit: