Feeds:
Berichten
Reacties

In het Berenschot Strategy Trends onderzoek 2012 werd bedrijven gevraagd hoe zij omgaan met strategieformulering en -implementatie. Het strategieproces van het Nederlandse bedrijfsleven heeft het meest te lijden onder de ‘onzekerheid over de toekomst’. Ook zou men graag wat meer tijd nemen voor het strategieproces. Operationele drukte vormt met afstand het grootste struikelblok voor de realisatie van de strategie. Een andere belemmering voor strategie-implementatie vormt een tekort aan de juiste competenties. Van de deelnemers aan het onderzoek geeft ongeveer 18% aan de gekozen strategie (vrijwel) volledig te realiseren. Ruim een kwart van de bedrijven slaagt er niet of slechts in beperkte mate in hun huidige strategie in de praktijk te verwezenlijken.

Onzekerheid

Bij het bepalen van de bedrijfsstrategie ondervinden Nederlandse bedrijven veel hinder van de onzekerheid over de toekomst – vooral kostenleiders worstelen hiermee (50%). De vorige crisis is nog maar nauwelijks afgelopen of Lees verder »

In het Berenschot Strategy Trends onderzoek 2012 werd bedrijven gevraagd naar hun onderscheidend vermogen in de komende jaren.
Nederlandse ondernemingen willen zich de komende jaren vooral onderscheiden door de kwaliteit van hun diensten of producten. ‘Service’ en ‘innovatie’ blijven belangrijke elementen van het onderscheidend vermogen. ‘Laagste lifetime costs’ biedt veel vaker onderscheidend vermogen dan vorig jaar, terwijl ook ‘duurzaamheid’ een belangrijke factor blijft. Meer dan de helft van de ondernemingen wil zich komende jaren onderscheiden door middel van een differentiatiestrategie. Slechts een kleine minderheid van de ondernemingen probeert zich nog te onderscheiden op prijs.

Kwaliteit maakt het verschil

Nederlandse ondernemingen concentreren zich vooral op de kwaliteit van hun producten en diensten. Ze gaan de internationale concurrentiestrijd aan met betere kwaliteit, precies datgene wat je van een kenniseconomie mag verwachten. De hoge score van innovatie ondersteunt dit: circa een derde van de respondenten wil zich hierop onderscheiden. Opvallend is Lees verder »

Het jaar 2011 zit er op. Net zoals voor 2010 en voor 2011 publiceert Innovatief Organiseren de trends van het volgende jaar. Een paar dagen later dan voorgaande jaren, maar een kniesoor die daar op let. Net als in 2009 en 2010 heb ik weer tien trendwatchers, futurologen en glazebolkijkers geraadpleegd. Ter lering en vermaak!

Deze post verscheen eerder op Innovatief Organiseren en is geschreven door Edwin Lambregts.

Het was opnieuw een hele klus. Ik heb bekende en minder bekende trendwatchers, futurologen en websites als Adjiedj Bakas, Second Sight, Trendslator, JWT Intelligence, Young Works, Social Crowd / David Armano, Personeelslog, Sarah Vanthienen, Claudia Lieshout/Hanne Caspersen en Studio Zeitgeist geraadpleegd. In dit artikel vind je hun tips en tops, trends, modes en hypes voor 2012. Het is een mooie mix geworden van ontwikkelingen in de economie, consumentenvoorkeuren en IT-trends. Druk dus snel op ‘print’, want met dit overzichtartikel heb je ze allemaal (in een willekeurige volgorde) op een rij!

Zoals ook in andere jaren heb ik zo veel mogelijk links opgenomen naar bronnen, personen en achtergrondartikelen. Voor wie niet genoeg kan krijgen van de lijstjes! Lees verder »

Voor 2012 rekent meer dan de helft van de bedrijven op groei, zowel in omzet als in winst. Met name het buitenland vormt hierbij een grote stimulans. Dit blijkt uit het Berenschot Strategy Trends Onderzoek 2012 dat voor het zesde jaar op rij is gehouden. Voor wat betreft de werkgelegenheid verwachten evenveel bedrijven groei als krimp.

Aan het Berenschot Strategy Trends Onderzoek namen 194 ondernemers en bestuurders deel. Zij vormen een brede afspiegeling van de top van het Nederlandse bedrijfsleven. De respondenten zijn eigenaren, bestuurders, directeuren en (top)managers in verschillende sectoren van de private sector. Naast deelnemers uit de industrie, financiële dienstverlening en zakelijke dienstverlening zijn ook de sectoren bouw en utilities dit jaar als aparte categorieën vertegenwoordigd.

Maar liefst 66% van de deelnemers geeft aan zich de komende jaren door ‘kwaliteit van producten of diensten’ te willen onderscheiden. ‘Service’ en ‘innovatie’ blijven belangrijke elementen van het onderscheidend vermogen. De ‘laagste lifetime costs’ – de kosten voor de totale levensduur van het product of de dienst – nemen in belang toe. Lees verder »

Banken hebben steeds meer aandacht voor de kwaliteit van hun producten en diensten en stellen steeds meer daadwerkelijk de klant centraal. Dat zeggen de bestuurders Theodor Kockelkoren en Tim Mortelmans van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) in een gepubliceerd vraaggesprek met het Financieele Dagblad (FD) op 10 januari 2012.

Met name de versimpelde spaar- en hypotheekproducten worden geroemd als producten die in positieve zin zijn veranderd. Banken lopen hierin voor op verzekeraars. Deze laatste groep heeft volgens Kockelkoren nog een lange weg te gaan, mede doordat hun producten een langere looptijd hebben.

Kortom, positieve ontwikkelingen waardoor het in ieder geval de goede kant op lijkt te gaan. Ingewikkelde constructies worden vermeden, klanten worden niet meer gelokt met dakpanconstructies (hoge spaarrentes als lokkertje die later ongemerkt worden verlaagd) en woekerpolissen bij beleggingshypotheken lijken verdwenen.

Het lijkt er op dat de financiële markten al dan niet onder druk van de burger en de toezichthouders hun lesje hebben geleerd en de klant meer centraal stellen ten koste van de aandeelhouders. Alleen heeft deze laatste groep wel een ander belang: korte(re) termijn denken om zo snel mogelijk rendement te verkrijgen vanuit het aandelenkapitaal. Rendement van het geïnvesteerd vermogen (ROI) is natuurlijk veel belangrijker. Dit vraagt om een nieuw type bestuurder, zoals ooit door Rabo topman Piet Moerland is geroepen. De huidige generatie bestuurders is immers opgegroeid met de gedachte dat alles moet draaien om aandeelhouderswaarde. Klantfocus was niet aan de orde omdat dit strijdig was met de focus op de shareholder value.

Uit diverse onderzoeken blijkt echter dat sturen op klantwaarde op de langere termijn meer oplevert dan de primaire focus te leggen op het creëren van aandeelhouderswaarde. Lees verder »

Het middensegment in de bouw heeft volgens Hubert Sturm de capaciteit in huis om te vernieuwen en daarmee een antwoord te bieden op de toekomstige vraag. “Die ligt op het gebied van duurzaamheid en aanpassing van de bestaande bouw.”

Uit: Cobouw, 1 december 2011, p.6

Dat is geen uitvoering van bestekken en geen projectontwikkeling vanuit grondposities. Het is zaak de bouwketenregie op te pakken, te signaleren wat klanten willen en daarvoor de beste oplossingen bieden. De nieuwe opgave, verzekert hij, krijgt vorm door ketensamenwerking, ondersteunt door ict. Hiervoor moeten bedrijven “een flinke professionaliseringsslag” maken.

Lees verder »

Het middenbedrijf in de bouw moet zichzelf opnieuw uitvinden om een antwoord te kunnen geven op de veranderende markt. De oude rollen werken niet meer, stelt Hubert Sturm, senior consultant bij managementadviesbureau Berenschot.

Uit: Cobouw, 1 december 2011, p.1

De grote bedrijven ziet hij redelijk door de crisis komen, onder meer dankzij hun bredere spreiding van activiteiten. Ook spelen zij voortvarend in op nieuwe contractvormen zoals dbfm(o). “De grootbedrijven beconcurreren ook in toenemende mate het regionale middenbedrijf via eigen regiovestigingen. Tegelijk profiteren vooral de kleine bedrijven, met hun flexibele organisatie en lage algemene kosten, van de huidige grote verbouwmarkt.” Lees verder »

Dit artikel verscheen eerder in Het Financieele Dagblad, 7 december 2011

Steeds meer brancheorganisaties kiezen ervoor samen te werken of te fuseren tot grotere lobbyclubs. Maar daarmee wordt hun lobby, in tegenstelling tot wat wordt aangenomen, niet altijd effectiever. Dat constateert bedrijfskundige Tim van der Rijken van adviesbureau Berenschot die vandaag op het onderwerp promoveert.

In zijn onderzoek toont hij aan dat de nadelen van samenwerking soms groter blijken te zijn dan de voordelen. Lees verder »

Samen NIET sterker?

Veel samenwerkingsverbanden van brancheorganisaties maken de betrokken partijen weinig effectiever. Dit blijkt uit het proefschrift van Tim van Rijken, adviseur bij Berenschot. Hij ontwikkelde een kader waarmee besturen van deze organisaties beter strategische keuzes kunnen maken.

“Bouwend Nederland en Aannemersfederatie slaan handen ineen.” Zo luidde de kop van een onlangs door beide organisaties uitgegeven persbericht. Regelmatig verschijnen berichten van vergelijkbare strekking. De circa duizend brancheorganisatie in Nederland werken op allerlei manieren steeds vaker samen.

In elkaars vaarwater
De drijvende kracht achter deze ontwikkeling is het vervagen van de scheidslijnen tussen branches. Door bijvoorbeeld ketenintegratie, wetgeving of conglomeraatvorming. Brancheorganisaties die van oudsher belangen vertegenwoordigen van ondernemingen met specifieke en verschillende activiteiten, komen hierdoor in elkaars vaarwater terecht.

Lees verder »

Waarom de huidige Euro niet werkt maar gered kan worden

Door: Hubert Sturm & René Barendrecht

Voor deel 1 uit deze reeks, klik hier; Voor deel 2 uit deze reeks, klik hier; Voor deel 3 uit deze reeks, klik hier; Voor deel 4 uit deze reeks, klik hier

Rol van euro obligaties

Een vraag is of de schuldsanering kan plaatsvinden terwijl tegelijkertijd het oude mechanisme van staatsobligaties per land uitgeven door kan blijven gaan. Dit mechanisme blijft in potentie een destabiliserend effect hebben, tenzij begrotingsevenwicht met vertrouwen gehandhaafd kan worden. De optie van euro obligaties wordt genoemd om het effect van oplopende rentes voor de betrokken landen te dempen. Een manier om euro obligaties in te voeren biedt een lagere rente voor zwakkere landen. Een euro-obligatie mag echter niet slechts tot een reset van de rente op toekomstige staatsschuld van de zwakke landen leiden (de lage rente zoals zij tot voor kort genoten toen iedereen nog geloofde in het euro sprookje en alle rentes dicht bij de Duitse rente zaten) waarna het spel als vanouds doorgaat (en dus naar achteren schuiven van het probleem). Deze oplossingsrichting omvat op het eerste oog alle schulden uit het verleden en die in de toekomst. Dit is ingrijpend en roept bij de sterkere landen het beeld op van een oplossing van lusten voor de zwakkere landen, en de lasten voor de sterkere landen. Te meer omdat dit mechanisme wordt toegezegd voor alle toekomstige schuld en maar de vraag is wat er terecht komt van de sanctionering. Er is een complex budgettair allocatiemechanisme nodig om alles te verrekenen in plaats van de vrije markt die haar werk doet. Is dit mechanisme dan wel robuust genoeg of een fictie?

Bestaande versus nieuwe schuld

Er is ook een dunne integratie denkbaar. Het is niet per definitie noodzakelijk om alles van verleden en toekomst op één hoop te gooien en een complex budgettair allocatiemechanisme te bouwen met allerlei boeteclausules en de soevereiniteit van elk land te beperken (en daarmee de politieke haalbaarheid nu en toekomstvastheid later te ondergraven). Er is een onderscheid mogelijk tussen de schuld tot dusverre versus nieuwe schuld in de toekomst. Het is wel mogelijk om de oude schuldposities af te waarderen conform de huidige marktwaarde en die om te vormen naar één Europese schuld. Het beste lijkt dan niet via een fictieve manier de afwaardering vast te stellen, maar de vrije markt direct haar oordeel te laten vellen (anders wordt dat oordeel toch wel op een afgeleide manier geveld). Afwaardering is sowieso een must om vervolgens het restant af te kunnen betalen vanuit economische groei (zonder afwaardering geen nieuwe economische groei). Lees verder »

Oudere Berichten »